HTML content
Wij zaten met ons vieren
Wij zaten met ons vieren
In de tuin van de sociëteit.
'Kijk, jongens!' riep Sand, 'wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid.'
'Ja,' zei Kaai, 'dat's een pracht van een meisje!
Zo zijn er geen twaalf in 't land.'
'Ik hoor,' zuchtte Haas, 'ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.'
'Wat mankeert je, Paal?' riep Sand weer,
'Je wordt zo bleek als de dood!
Neem wat dubbelgebeide!' - 'Neen, Dundas!'
Schreeuwde Haas, 'breng gauw een glas rood!'
Wel dronk ik, om Haas te pleizieren,
Het rood uit, - ook smaakte 't wel goed, -
Maar op geen van mijn beide wangen
Herriep het de rozengloed.
Sinds ik weet, dat een luitenant in stilte
Mag bluffen op háár bezit,
Zien mijn vroeggeknakte wangen
Onherroepelijk marmerwit.
Piet Paaltjens
Wij zaten met ons vieren
In de tuin van de sociëteit.
'Kijk, jongens!' riep Sand, 'wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid.'
'Ja,' zei Kaai, 'dat's een pracht van een meisje!
Zo zijn er geen twaalf in 't land.'
'Ik hoor,' zuchtte Haas, 'ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.'
'Wat mankeert je, Paal?' riep Sand weer,
'Je wordt zo bleek als de dood!
Neem wat dubbelgebeide!' - 'Neen, Dundas!'
Schreeuwde Haas, 'breng gauw een glas rood!'
Wel dronk ik, om Haas te pleizieren,
Het rood uit, - ook smaakte 't wel goed, -
Maar op geen van mijn beide wangen
Herriep het de rozengloed.
Sinds ik weet, dat een luitenant in stilte
Mag bluffen op háár bezit,
Zien mijn vroeggeknakte wangen
Onherroepelijk marmerwit.
Piet Paaltjens